DAG 15 - zaterdag 25 maart

Om 8.30 uur staan we op. Samen met de anderen ontbijten we in de tuin van het hotel. Vandaag gaan bijna alle dames naar een plaatselijke schoonheidsspecialiste voor een grote beurt. Rosalie besluit om samen met de heren van de groep naar de Galta of apentempel te gaan. Bij vertrek hebben we even discussie over welk vervoermiddel we zullen kiezen. We kunnen luxe reizen met een taxibusje van het hotel of wederom een brommer-riksja nemen. Eigenlijk hebben we het wel gehad met die riksja's. Ten eerste zit het niet zo heel erg comfortabel en ten tweede zit je altijd in de vieze smog van de andere riksja's en auto's. Aangezien één persoon toch graag met de riksja wil, besluiten we maar deze optie te kiezen. Met twee riksja's gaan we op pad.

De Galta is de tempel van de Zonnegod of Apentempel. Het ligt in een vallei net buiten Jaipur. Bij de Surajpol Gate (Zonnepoort) stappen we in een klein straatje uit. Voor ons ligt een hoge berg met een steil pad. We blijken deze berg nog over te moeten. Een klim van 2,5 kilometer! Voordat we aan de klim beginnen, koopt Huub nog een zakje met graan voor de apen. Gelukkig is het nog vroeg en nog niet zo warm. Tijdens onze klim worden we vergezeld door apen, geiten en natuurlijk koeien. Ontzettend leuk! Achter ons komen twee mannen op een scooter de berg opgereden. Ze hebben een hele grote zak bananen bij zich. De apen blijken de mannen te kennen (of de zak bananen) en verzamelen zich rond de scooter. Ze wachten netjes tot ze een banaan krijgen. Wie had het altijd over brutale apen? Ook wij krijgen bananen (denken ze soms dat we apen zijn?) die we vervolgens aan de apen uitdelen.
Als we op de berg staan, hebben we een mooi uitzicht op de tempel die in het dal, beschut tussen de bergen is gebouwd. We lopen verder naar beneden. Onderweg komen we al enkele gebouwen en waterbasins tegen. Ook zien we kleine hutjes waarin sadhu's leven. Eén van de waterbasins wordt door de apen gebruikt als zwembad. Het krioelt er van de apen, het water is donkergroen en stinkt naar apenstront. We krijgen hier wel de gelegenheid om de apen te voeren. Als je het graan op je hand legt, grijpt een aap je duim vast en eet één voor één de korrels op. We lopen verder langs de diverse gebouwen van de tempel. Op enkele muren zijn nog mooie muurschilderingen te zien. We lezen dat dit vóór 1991 op alle muren te zien was. Hevige regenval in 1991 heeft echter veel van originele muurschilderingen verwoest.

Jongen springt
Het is er heel rustig. Er loopt wel een groep jongens rond, die ons natuurlijk weer de oren van het hoofd vragen. Als ze doorkrijgen dat we foto- en videocamera's bij ons hebben, besluiten ze van grote hoogte in de waterbasins te springen. Op de vraag hoe diep het basin is, geven ze als antwoord dat het drie olifanten diep is. We filmen de sprongen van de jongens. Het resultaat laten we ze direct zien via het LCD-scherm van videocamera. De jongens verdringen zich rond de camera om maar een glimp op te vangen. Eén jongen wil wel springen, maar durft niet. Hij doet wel tien pogingen maar blijft stokstijf staan op het moment suprème. Als hij uiteindelijk wel springt, heeft Leo zijn videocamera al uitgezet. Het water is overigens erg groen, vies en stinkt behoorlijk. Zouden die drie olifanten er nog inliggen?
Op de terugweg (we moeten weer die berg over) krijgen we weer bananen uitgereikt. Nu besluiten we ze zelf maar op te eten. De apen hebben er wel genoeg gehad en wij hebben honger. Op onze klim naar boven, worden we gezegend door een man. Als Huub hem per ongeluk 50 Rs geeft (in plaats van de bedoelde 10 Rs) wordt hij wel tien keer gezegend. We besluiten de rest van de reis maar bij Huub te blijven. Met hem erbij kan ons tenslotte niets meer gebeuren. Het is ondertussen al erg warm geworden en de klim is erg zwaar. Boven op de berg aangekomen, besluiten Leo en Ton een stukje verder te klimmen naar een andere tempel. Vanaf dit punt hebben ze een prachtig uitzicht over de stad. Met de riksja's (ze stonden nog op ons te wachten) gaan we terug naar het hotel. 's Middags hebben we lekker geluierd aan de rand van het zwembad. 's Avonds eten we in het hotel en gaan we nog even internetten. We lezen alle ontvangen emails en sturen een nieuwe update van onze belevenissen. Na het internetten drinken we nog iets in de hal van het hotel en bestellen we ons ontbijt voor de volgende morgen. We gaan morgen namelijk vroeg weg en zo hoeven we morgen niet zo lang op ons ontbijt te wachten.

DAG 16 - zondag 26 maart

Om 6.30 uur zou de wekker aflopen. Om 6.45 uur schrikken we echter wakker. Het gisteravond bestelde ontbijt blijkt er nog niet te zijn. We geven nogmaals de bestelling door in de hoop dat we het nog op tijd krijgen. Om 8.00 uur vertrekken wij uit het hotel en gaan we op weg naar het busstation. De bus naar Agra vertrekt om 8.30 uur. De verwachting is dat deze rit van 230 kilometer 5 á 6 uur gaat duren. Halverwege de rit maken we weer de gebruikelijke stop bij een wegrestaurant. Deze pauze benutten wij om onze benen te strekken. Aan de overzijde van de weg zien we een hond die een dode koe opvreet. Heel zenuwachtig scheurt hij stukken vlees los. Ook komt er een oude man aangelopen met een kudde hele magere koeien.
Om 13.45 uur komen we in Agra aan bij het hotel Jai Hind. Dit is een eenvoudig hotel met niet al te schone kamers met veel muggen. We moeten allemaal zelf inchecken. Tot nu toe kon Martin het inchecken verzorgen door een geprinte lijst met onze gegevens in te leveren. Nu moeten we ons één voor één inschrijven. Bij de ingevulde beroepen komen opvallend veel putjesscheppers voor.
We moeten vanmiddag nog naar de Taj Mahal omdat deze morgen is gesloten (zoals elke maandag). We gaan met zijn allen in riksja's op weg . Bij de ingang blijkt de toegangsprijs verhoogd te zijn naar 500 Rs (25 gulden). In de Lonely Planet wordt nog gesproken over 105 Rs vóór 7.30 uur en na 17.00 uur en tussen deze uren 15 Rs. Deze laatste prijs klopt wel, maar alleen voor Indiërs en mensen uit de omringende landen. Als we de eerste poort door zijn, staat er een gigantische rij mensen. Aangezien wij een hoge toegangsprijs hebben betaald, zijn wij van mening dat wij niet in de rij hoeven te staan. We lopen de rij voorbij en sluiten vooraan aan. Tot onze verbazing krijgen we van niemand commentaar en zijn we dus snel binnen.
Bij de volgende toegangspoort worden we gefouilleerd. Men is bang dat er een aanslag wordt gepleegd omdat de Taj Mahal het belangrijkste gebouw in India is. Tegen betaling mag Leo één uur lang - vanaf het eerste platform - filmen. Daarna moet hij zijn videocamera opbergen in een kluisje. Tot voor kort was dit platform ook de enige plek waar je foto's mocht maken. Nu mag je echter gewoon je fotocamera meenemen.
De Taj Mahal werd door Sjah Jahan gebouwd ter nagedachtenis aan zijn vrouw Mumtaz Mahl, die in het kraambed van haar veertiende kind stierf. Sjah Jahan is het meest bekend geworden van de gebouwen die hij liet optrekken. Hij bouwde niet alleen de Taj Mahal, maar ook het Rode Fort in Delhi en het Fort in Agra. Na 22 jaar, in 1653 was het meesterwerk klaar. De Taj Mahal is opgetrokken uit wit marmer en was oorspronkelijk met edelstenen versierd. Volgens de legende was het Sjah Jahans bedoeling op de tegenoverliggende oever van de rivier een zwarte replica te laten bouwen als graftombe voor zichzelf. Hij werd echter de laatste acht jaar van zijn leven door zijn zoon gevangen gehouden in Agra Fort en kon dit plan niet ten uitvoer brengen. Toen hij gevangen zat, had hij uitzicht op de graftombe van zijn vrouw. Bij zijn dood in 1666 werd hij aan haar zijde begraven. De Taj Mahal staat op een marmeren platform. Aan weerszijden van het gebouw staan vier marmeren minaretten van 41 meter hoog. De eigenlijke graven van Mumtaz Mahal en Sjah Jahan liggen in een ondergrondse crypte, waar we niet bij kunnen komen.

Er worden door diverse professionele fotografen foto's gemaakt van een prachtige Indiase dame. Alle toeristen en Indiërs worden door bewakers en politie op afstand gehouden. Het is Lara Dutta (Miss India). Enkele weken na onze thuiskomst blijkt deze dame gekozen te zijn als mooiste vrouw ter wereld. Ze mag een jaar lang de titel Miss Universe dragen. We blijven tot zonsondergang (circa 19.00 uur) bij de Taj Mahal en maken veel foto's.
Hierna gaan we naar het Only Restaurant. Dit restaurant is één van de weinige restaurants dat te vertrouwen is. Volgens de verhalen worden toeristen in Agra regelmatig "vergiftigd". Dit doen ze omdat de doktoren commissie betalen voor iedere aangeleverde patiënt. Na het eten rijdt Ton weer een rondje met een riksja. Na terugkomst in het hotel hangen we de klamboe op en slaan we zoveel mogelijk muggen dood. Het wordt een waar slagveld met veel bloed op de muren en plafonds. We hebben 's nachts in ieder geval geen last meer van de muggen gehad.


DAG 17 - maandag 27 maart
Om 7.30 uur staan we op en nemen we een simpel ontbijtje. Om 9.30 uur vertrekken we met de gehele groep in twee taxi's naar Fatehpur Sikri (400 Rs per taxi). Deze verlaten stad ligt 37 kilometer ten westen van Agra. Het is de meest spectaculaire ruïnestad van India.

De stad ligt op een plateau en is 3,5 kilometer lang en 1,5 kilometer breed. De bouw van Fathepur Sikri begon in 1570. Volgens de legende kwam daar een heilige moslim, Sjeik Salim Christi, die voorspelde dat Akbar drie zonen zou krijgen. Deze voorspelling kwam uit. Als dank liet Akbar een prachtige zandstenen stad bouwen en verplaatste hij zijn hof daar naar toe. Helaas werd Fatehpur Sikri al na 14 jaar verlaten, waarschijnlijk vanwege watergebrek. Een meer voor de hand liggende reden is dat het gehele hof terugkeerde naar Agra. We lopen ongeveer anderhalf uur in de stad rond en brengen dan nog een bezoek aan de Moskee, de Jame Masjid. Op de binnenplaats staat het mausoleum van Christi. We zien hier hoe mensen bloemenoffers brengen en gekleurde kleden offeren. Als je hier een lintje ophangt, krijg je binnen een jaar een zoon. Hebben we maar niet gedaan!

Vervolgens terug naar het hotel. Langs de kant van de weg staan diverse Indiers met beren. Als we langs rijden laten ze de beer op zijn achterpoten staan in de hoop dat we stoppen om tegen betaling foto's te maken. Helaas voor hen kunnen wij niet zo goed tegen dierenleed en rijden dan ook hard voorbij.

Op ons verzoek stoppen we wel bij enkele huizen waar mensen buiten aan het werk zijn. Buiten ligt koeienpoep te drogen in de zon. Als deze pannekoeken droog zijn, worden ze opgestapeld. Deze pannekoeken dienen als brandstof voor o.a. het fornuis. We delen weer kleine cadeaus uit aan de kinderen. Ook stopt de taxi (tegen alle afspraken in) bij een restaurant. Aangezien we dorst hebben besluiten we toch maar uit te stappen. Buiten onder een parasol wordt door het personeel stoelen en tafels neergezet en worden er zelfs tafellakens op de tafels gelegd. Als blijkt dat wij alleen iets willen drinken, blijkt dit niet mogelijk. Ze hebben alleen maar combinatie-menu's. Wat een onzin! We besluiten dan ook weer op te stappen. Het is te hopen dat de taxichauffeurs hun commissie al ontvangen hebben.

Rond 15.00 uur komen we weer aan bij het hotel. Aangezien we geen kamer meer hebben (we reizen vanavond met de nachttrein naar Varanasi) moeten we onze tijd volmaken. We gaan op zoek naar een internetwinkel. Hier internetten we ruim een uur. Om 17.45 uur hebben we afgesproken om met enkele leden van de groep te gaan eten. We hebben plaatsen gereserveerd in het restaurant Zorba de Buddha. Het restaurant wordt gerund door Bhagwan Sri Rajneesh sanyassins en Bhagwan is dan ook zeer prominent aanwezig. Overal hangt zijn afbeelding en hangen zijn spreuken. Men verkoopt hier alleen 'new wave food', dat wil zeggen uitgebalanceerde gezonde vegetarische maaltijden. Volgens de kaart wordt alles gekookt met gezuiverd water. De hygiëne staat hoog in het vaandel. Er is alleen geen cola, bier of koffie verkrijgbaar en er mag niet gerookt worden. Het eten is wel ongelooflijk lekker.

Om 19.30 uur vertrekken we met riksja's naar het treinstation voor de nachttrein naar Varanasi. De trein zou volgens het dienstrooster om 21.30 uur vertrekken. We zijn zo vroeg op het station omdat de trein ook wel eens eerder kan komen. Uiteraard gebeurt dit zelden in India. Helaas blijkt de trein ook vanavond vertraging te hebben. We vervelen ons echter geen minuut op het perron. Er lopen veel handelaren rond en als er een trein binnenkomt, schreeuwen ze om het hardst. Eten en drinken wordt verkocht, ook als de trein al begint te rijden. Je ziet veel handelaren achter de trein aan rennen omdat ze hun geld nog niet hebben gekregen. We delen weer ballonnen uit aan de kinderen, voetballen we met ballonnen en spelen we een spelletje met een muntje. Als er te veel mensen komen kijken, zegt een agent dat we ermee op moeten houden. De stationswachter zegt echter dat we gewoon verder kunnen spelen. Als Leo midden op het perron staat, komt er naast hem een vrouw op haar hurken zitten. Als ze na enkele ogenblikken opstaat, blijkt ze haar kleine boodschap gedeponeerd te hebben. Midden op het perron !
De trein komt uiteindelijk om 22.00 uur het station binnengereden. Enkele van onze gereserveerde bedden zijn al in beslag genomen door Indiërs. Na enige discussie kunnen wij plaats nemen op onze eigen bedden. Daar liggen we weer op zo'n krap en vooral hard bed. Deze trein blijkt echter niet zo veel te hobbelen. We kunnen redelijk rustig slapen. We worden 's nachts wel een paar keer wakker gemaakt door de politie met de vraag of we alle bagage nog hebben.

DAG 18 - dinsdag 28 maart
Om 6.30 uur is het al een drukte van belang in de trein. De meeste mensen zijn al wakker. Martin moet tekenen dat hij nog in het bezit is van al zijn spullen. We klappen het middelste bed weer naar beneden zodat we weer kunnen zitten op de bank. De trein blijkt vol te zitten met studenten. Ze studeren Sanskriet, de heilige, oude taal van de Hindoes. Zij zijn ook op weg naar Varanasi voor een symposium. Ze vragen ons de oren van ons hoofd. Het communiceert niet echt gemakkelijk omdat er maar weinig jongens goed Engels spreken. Ze proberen ons enkele zinnen Sanskriet te leren. Als ze gaan zingen pakt Leo zijn videocamera. Na een paar liedjes spoelt hij de band terug en laat hij de jongens de beelden zien. De coupé stroomt helemaal vol met nieuwsgierige jongens. Ze willen allemaal kijken.
De jongens willen ook Nederlandse liedjes horen. Gerda en Lily nemen deze taak van ons over en zij zingen voor de jongens enkele Nederlandse krakers. Ook Arie laat van zich spreken door enkele zwingende liedjes te zingen. Volgens ons vinden de jongens het maar niets. De treinreis duurt erg lang. Om 10.00 uur zouden we aankomen in Varanasi. De trein heeft vannacht echter meer vertraging opgelopen en uiteindelijk komen we pas om 14.00 uur op het City Railway Station in Varanasi aan. We nemen afscheid van de jongens en verlaten de trein. Buiten worden we weer overvallen door de vele touts en riksjarijders. We lopen door en wijzen bij iedere vraag naar Martin. Hij regelt twee grote riksja's, waar we allemaal in kunnen. We worden naar hotel Temple on Ganges gebracht. Dit hotel is gevestigd in een oude tempel bij Asi Ghat en biedt vanaf het takterras een prachtig uitzicht over de Ganges. Het ligt buiten het centrum, ten zuiden van de stad. Dit heeft voordeel dat het er relatief rustig is. De afstand is geen probleem; het centrum is met een fiets- of brommerriksja makkelijk bereikbaar.
We krijgen een ruime kamer op de bagane grond met een goede douche. Na een verfrissende douche gaan we met enkele groepsleden direkt de stad verkennen. Voor het hotel nemen we twee brommer-riksja's naar het centrum van de stad. We lopen langs leuke winkels in de richting van de ghats. Bij de ghats zijn er natuurlijk weer veel mensen die van alles van ons willen. We kunnen weer van alles kopen, er worden boottochten aangeboden en er zijn masseurs die hun diensten aanbieden. De masseurs komen op je afgelopen, geven je een hand om zich voor te stellen en bieden vervolgens hun diensten aan. Het is erg lastig om vervolgens je hand terug te krijgen. Ze laten je niet meer los! Na de eerste masseur hebben we ons lesje geleerd. De volgende "vriendelijke" Indiër die ons een hand wil geven, lopen we dan ook straal voorbij.
Bij de ghats spelen zich veel taferelen af; Jong of oud, arm of rijk, iedereen verricht hier zijn godsdienstoefeningen, zweverige westerlingen staren in het water, mensen wassen zichzelf, dompelen zich onder of doen er de was. Ook zien we overal kleine roeibootjes liggen. Die zweverige westerlingen zijn volgens ons de weg kwijt geraakt in India. Ze kleden zich als Indiërs en hebben waarschijnlijk net zo weinig geld te besteden. Het water van de Ganges staat momenteel erg laag. De trappen van de ghats eindigen meestal al boven het wateriveau. Aan de zandbanken aan de overkant te zien, staat een groot deel van de rivierbedding droog.
Als we verder langs de rivier lopen varen er twee grote roeiboten langs. Vanuit deze roeiboten worden we luid toegeroepen. Het blijken de jongens uit de trein te zijn. Als de boten aanleggen, komen alle jongens op ons afgelopen en begroeten ons hartelijk. Ze doen alsof ze ons al jaren kennen en willen allemaal onze handen schudden en op de foto. Als we de foto's hebben genomen en adressen hebben uitgewisseld nemen we weer afscheid.

We lopen verder langs de ghats en komen in de buurt van Harishchandra Ghat, één van de twee crematieghats. Er hangt een bijzondere sfeer. Varanasi had vroeger de naam Benares. Deze stad is bijzonder belangrijk voor hindoepelgrims omdat zij het als een heilige stad beschouwen. De hindoes noemen de rivier de 'Ganga' en beschrijven hem ook als 'de rivier van de hemel', omdat zij geloven dat de rivier - voordat hij op aarde kwam - in de hemel stroomde. Eén van de hindoe-overtuigingen is dat baden in de Ganges het slechte karma uit vorige levens wegwast. Zonsopgang wordt beschouwd als de beste tijd voor een bad. Verder zijn de hindoes ervan overtuigd dat wie sterft in Varanasi en er gecremeerd wordt, bevrijdt wordt van 'samsara' (de cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte). Dit betekent directe bevrijding ('moksha'). Langs de heilige rivier de Ganges zijn dan ook diverse crematieplaatsen waar de lijken in de open lucht, op brandstapels worden gecremeerd. Er mogen hier geen foto's en/of film gemaakt worden. De hindoe gelooft namelijk dat er schade aan de ziel wordt toegebracht als het verbranden van een lichaam wordt gefotografeerd. De lichamen van de overledenen worden binnen 4 tot 8 uur na het overlijden gecremeerd. Er is ongeveer 300 kilo hout nodig voor een volledige verbranding. Een kilo hout wordt verkocht voor ongeveer 120 Rs per kilo. Dit is voor de meeste Indiërs erg veel geld. Bij armen mensen wordt dan ook vaak minder hout gebruikt.

Het lichaam van de overledene wordt gewikkeld in een doek. Vervolgens wordt het lijk door de familieleden op een draagbaar door de stad naar de rivier gedragen. Een overleden vrouw wordt gewikkeld in een oranje doek, een kind in een witte en een oude man of vrouw wordt in een goudkleurig doek gewikkeld. Vóór de crematie wordt het lijk nog eenmaal in de Ganges ondergedompeld. De kleding en eventuele medicijnen worden in de Ganges gegooid. De oudste zoon of het naaste mannelijke familielid scheert zijn hoofd kaal (symbool van de reinheid) op één plukje haar na en heeft witte doeken omgewikkeld.

De foto's van de lijkverbranding hebben
we niet zelf gemaakt,
maar komen van Discovery Channel
De oudste zoon heeft de taak de brandstapel aan te steken. De crematie duurt ongeveer drie uur. Afgevallen ledenmaten worden weer met behulp van stokken op het vuur gelegd. Als de schedel niet uit zichzelf splijt, wordt de schedel met een stok opengeslagen zodat de ziel het lichaam kan verlaten. Van mannen verbrandt het borstbeen en van vrouwen verbrandt het bekken niet helemaal. Ook als er onvoldoende hout is gekocht, blijven er botten achter. Deze resten worden na de crematie, samen met de as, de Ganges ingeschoven. Het is opmerkelijk dat op enkele meters afstand van een crematieplaats mensen een bad nemen, hun kleding wassen, kinderen spelen en koeien en honden hun kostje bij elkaar scharrelen.

Er zijn zeven redenen om iemand niet te cremeren: Zwangere vrouwen, kinderen onder de 10 jaar (nog geen ziel geworteld), Sadhu's (heilige mannen), mensen die zijn overleden door een beet van een cobra, overleden zijn door Lepra of waterpokken en slachtoffers van misdrijven of ongevallen. In deze gevallen wordt het lichaam, verzwaard met stenen, in de Ganges gegooid.

Terwijl er een overledene onder begeleiding van muziek naar de Ganges wordt gedragen, krijgen we uitleg van een jongetje. Hij vertelt dat deze persoon ouder is geworden dan 100 jaar. Dat kan je zien aan de goudkleurige doek die om het lichaam is gewikkeld. Een paar jongetjes zijn bezig om de as van de crematieplaatsen te zeven op zoek naar goud en/of zilver. Dit doen ze net als een goudzoeker met een platte schaal. Als we even hebben gekeken (het is even wennen) naar een crematie, is het tijd geworden om terug te keren naar het hotel. We besluiten morgen een bezoek te brengen aan de grootste crematieghat in Varanasi. We lopen de trappen op, langs een open riool, door smalle steegjes, op zoek naar een riksja. In een steegje lopen we langs een kleurrijke tempel. Deze tempel is rijkelijk voorzien van gekleurde beelden. Aangezien het al donker begint te worden lopen we door. 's Avonds eten we op het dakterras van het hotel en drinken we nog iets samen met de andere groepsleden. Ondanks dat er erg veel muggen zijn, is het dakterras een mooie plek om te vertoeven. In de verte zien we de rode gloed van de brandstapels. De crematies gaan hier 24 uur per dag door.

DAG 19 - woensdag 29 maart
Om 5.00 uur staan we op. We worden namelijk om 5.45 uur verwacht voor een boottocht over de Ganges. Rond dit tijdstip (zonsopgang) nemen de meeste Hindoes een religieus bad. We stappen met de gehele groep in één gammele roeiboot. Er zijn twee roeiers. Het water van de Ganges is redelijk helder, ondanks dat het erg vervuild moet zijn. De riolering komt er in uit, het as van de crematieplaatsen en de overleden mensen en dieren worden er in gedumpt. Toch schijnen er zoetwaterdolfijnen in de Ganges te zwemmen. De zonsopkomst is schitterend. Het toch al sprookjesachtige decor van badende en wassende mensen wordt prachtig verlicht.

We varen bijna twee uur langs de vele ghats en crematieplaatsen. We hebben het gevoel dat we door de badkamers van de mensen varen. De meeste mensen nemen gekleed een bad, waardoor ze toch nog enige privacy hebben. Het is een indrukwekkend schouwspel. We schieten een fotorolletje vol.

Als we terug komen in het hotel vallen we om van de slaap. Snel nog even een uurtje bijgeslapen. Na het ontbijt gaan we met zijn tweeën op weg naar het centrum van de oude stad. We wandelen uren door de smalle straatjes en langs de leuke winkeltjes. Uiteindelijk komen we bij Raj Ghat uit. We weten absoluut niet waar we zijn. Als we op een kaartje kijken, blijkt deze ghat helemaal in het Noorden van Varanasi te liggen. We besluiten langs de rivier terug te lopen naar Dashashvamedh Ghat, de grootste en belangrijkste ghat van Varanasi. Zo kunnen we ook de weg niet meer kwijtraken. Het is ondertussen erg warm geworden. Tot overmaat van ramp is ook het drinken ondertussen op en langs de rivier vind je geen winkeltjes. In één van de smalle straatjes vinden we na enig zoeken een winkeltje waar we lekkere koude cola kunnen drinken.

Als we verder lopen komen we langs een scheefgezakte tempel. Deze tempel zou 150 jaar geleden vervloekt zijn door de moeder van de bouwer. Vervolgens is de tempel half weggezakt in het zand. We komen ook in de buurt van Manikarnika Ghat. Hier bevindt zich een heilige bron en de beroemdste crematieplaats. Voor de zekerheid bergen we maar alvast onze foto- en videocamera op. Bij deze ghat worden alleen hindoes gecremeerd in tegenstelling tot de Harishchandra Ghat waar bijvoorbeeld ook buitenlanders worden gecremeerd. In de kleine straatjes die naar deze ghat leiden, ligt het hout hoog opgestapeld. De geur van verbrand vlees en rook vermengt zich met de koeienstront die hier over de trappen sijpelt (of is het het riool?). Het is er spekglad en je moet uitkijken dat je niet uitglijdt. Gelukkig hebben we onze hoge schoenen aan en niet onze slippers!

Natuurlijk worden we ook hier weer telkens aangesproken door Indiërs die "belangenloos" uitleg willen geven. De dood in India is heel gewoon. Het hindoeïsme ziet het lichaam slechts als een kleed dat door de onsterfelijke ziel wordt afgelegd. Waarom zou iemand zich daar over opwinden? Je mag ook gewoon kijken (niet fotograferen!) naar een crematie. Het klink raar, maar het kijken naar een crematieceremonie went snel. Eigenlijk vinden we het zelfs een mooie ceremonie. We worden verwezen naar een gebouw bovenaan de ghat. Het blijkt een zogenaamd sterfhuis te zijn. Hier "wonen" oude mensen die geen familie meer hebben. Zij wachten hier op hun dood en hopen voor die tijd genoeg geld bij elkaar gebedeld te hebben voor hun crematie. Van bovenaf hebben we een mooi uitzicht op de ghat. Deze ghat was de eerste stenen ghat van de stad. Hij werd in 1302 gebouwd ter vervanging van exemplaren van zand en klei. Er worden op zes verschillende brandstapels lichamen gecremeerd. Ook hier worden we weer aangesproken door een jonge man die tekst en uitleg geeft. Ook komt er een oude vrouw geld bedelen. Als we haar (redelijk veel) geld geven, kijkt ze er naar met een verontwaardigde blik. Ze vindt het waarschijnlijk te weinig. Direkt pakken we het geld weer terug en maken haar duidelijk dat ze dit geld kan krijgen of helemaal niets. De bedelaars proberen op deze manier op je gevoel te werken in de hoop dat je meer geld geeft.
Onderweg zijn we bij diverse ghats gestopt om in de schaduw het leven te aanschouwen. Er gebeurt ontzettend veel op en rond zo'n ghat. Uiteindelijk zijn we langs de rivier naar ons hotel teruggelopen. Een lange weg over al die trappen en hindernissen. We komen dan ook erg moe bij het hotel aan. We kunnen nog net het dak bereiken voor een koude cola. Na de crematie worden de botresten en de as in de rivier gegooid.
's Avonds gaan we nogmaals naar de stad. We lopen door de altijd druk bevolkte straten en kopen armbanden en andere souvenirs. Als we terug zijn in het hotel, neemt Leo hetzelfde te eten als gisteravond. Roos neemt een Noodle soep en spaghetti.