| Om 13.45 uur komen we in Agra aan bij het hotel Jai Hind. Dit is een eenvoudig hotel met niet al te schone kamers met veel muggen. We moeten allemaal zelf inchecken. Tot nu toe kon Martin het inchecken verzorgen door een geprinte lijst met onze gegevens in te leveren. Nu moeten we ons één voor één inschrijven. Bij de ingevulde beroepen komen opvallend veel putjesscheppers voor. |
|
DAG 17 - maandag 27 maart |
|
Rond 15.00 uur komen we weer aan bij het hotel. Aangezien we geen kamer meer hebben (we reizen vanavond met de nachttrein naar Varanasi) moeten we onze tijd volmaken. We gaan op zoek naar een internetwinkel. Hier internetten we ruim een uur. Om 17.45 uur hebben we afgesproken om met enkele leden van de groep te gaan eten. We hebben plaatsen gereserveerd in het restaurant Zorba de Buddha. Het restaurant wordt gerund door Bhagwan Sri Rajneesh sanyassins en Bhagwan is dan ook zeer prominent aanwezig. Overal hangt zijn afbeelding en hangen zijn spreuken. Men verkoopt hier alleen 'new wave food', dat wil zeggen uitgebalanceerde gezonde vegetarische maaltijden. Volgens de kaart wordt alles gekookt met gezuiverd water. De hygiëne staat hoog in het vaandel. Er is alleen geen cola, bier of koffie verkrijgbaar en er mag niet gerookt worden. Het eten is wel ongelooflijk lekker. |
||
| Om 19.30 uur vertrekken we met riksja's naar het treinstation voor de nachttrein naar Varanasi. De trein zou volgens het dienstrooster om 21.30 uur vertrekken. We zijn zo vroeg op het station omdat de trein ook wel eens eerder kan komen. Uiteraard gebeurt dit zelden in India. Helaas blijkt de trein ook vanavond vertraging te hebben. We vervelen ons echter geen minuut op het perron. Er lopen veel handelaren rond en als er een trein binnenkomt, schreeuwen ze om het hardst. Eten en drinken wordt verkocht, ook als de trein al begint te rijden. Je ziet veel handelaren achter de trein aan rennen omdat ze hun geld nog niet hebben gekregen. We delen weer ballonnen uit aan de kinderen, voetballen we met ballonnen en spelen we een spelletje met een muntje. Als er te veel mensen komen kijken, zegt een agent dat we ermee op moeten houden. De stationswachter zegt echter dat we gewoon verder kunnen spelen. Als Leo midden op het perron staat, komt er naast hem een vrouw op haar hurken zitten. Als ze na enkele ogenblikken opstaat, blijkt ze haar kleine boodschap gedeponeerd te hebben. Midden op het perron ! | ![]() |
|
![]() |
||
| De trein komt uiteindelijk om 22.00 uur het station binnengereden. Enkele van onze gereserveerde bedden zijn al in beslag genomen door Indiërs. Na enige discussie kunnen wij plaats nemen op onze eigen bedden. Daar liggen we weer op zo'n krap en vooral hard bed. Deze trein blijkt echter niet zo veel te hobbelen. We kunnen redelijk rustig slapen. We worden 's nachts wel een paar keer wakker gemaakt door de politie met de vraag of we alle bagage nog hebben. | ||
|
DAG 18 - dinsdag 28 maart |
| Om 6.30 uur is het al een drukte van belang in de trein. De meeste mensen zijn al wakker. Martin moet tekenen dat hij nog in het bezit is van al zijn spullen. We klappen het middelste bed weer naar beneden zodat we weer kunnen zitten op de bank. De trein blijkt vol te zitten met studenten. Ze studeren Sanskriet, de heilige, oude taal van de Hindoes. Zij zijn ook op weg naar Varanasi voor een symposium. Ze vragen ons de oren van ons hoofd. Het communiceert niet echt gemakkelijk omdat er maar weinig jongens goed Engels spreken. Ze proberen ons enkele zinnen Sanskriet te leren. Als ze gaan zingen pakt Leo zijn videocamera. Na een paar liedjes spoelt hij de band terug en laat hij de jongens de beelden zien. De coupé stroomt helemaal vol met nieuwsgierige jongens. Ze willen allemaal kijken. | ||
| De jongens willen ook Nederlandse liedjes horen. Gerda en Lily nemen deze taak van ons over en zij zingen voor de jongens enkele Nederlandse krakers. Ook Arie laat van zich spreken door enkele zwingende liedjes te zingen. Volgens ons vinden de jongens het maar niets. De treinreis duurt erg lang. Om 10.00 uur zouden we aankomen in Varanasi. De trein heeft vannacht echter meer vertraging opgelopen en uiteindelijk komen we pas om 14.00 uur op het City Railway Station in Varanasi aan. We nemen afscheid van de jongens en verlaten de trein. Buiten worden we weer overvallen door de vele touts en riksjarijders. We lopen door en wijzen bij iedere vraag naar Martin. Hij regelt twee grote riksja's, waar we allemaal in kunnen. We worden naar hotel Temple on Ganges gebracht. Dit hotel is gevestigd in een oude tempel bij Asi Ghat en biedt vanaf het takterras een prachtig uitzicht over de Ganges. Het ligt buiten het centrum, ten zuiden van de stad. Dit heeft voordeel dat het er relatief rustig is. De afstand is geen probleem; het centrum is met een fiets- of brommerriksja makkelijk bereikbaar. | ||
![]() |
We lopen verder langs de ghats en komen in de buurt van Harishchandra Ghat, één van de twee crematieghats. Er hangt een bijzondere sfeer. Varanasi had vroeger de naam Benares. Deze stad is bijzonder belangrijk voor hindoepelgrims omdat zij het als een heilige stad beschouwen. De hindoes noemen de rivier de 'Ganga' en beschrijven hem ook als 'de rivier van de hemel', omdat zij geloven dat de rivier - voordat hij op aarde kwam - in de hemel stroomde. Eén van de hindoe-overtuigingen is dat baden in de Ganges het slechte karma uit vorige levens wegwast. Zonsopgang wordt beschouwd als de beste tijd voor een bad. Verder zijn de hindoes ervan overtuigd dat wie sterft in Varanasi en er gecremeerd wordt, bevrijdt wordt van 'samsara' (de cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte). Dit betekent directe bevrijding ('moksha'). Langs de heilige rivier de Ganges zijn dan ook diverse crematieplaatsen waar de lijken in de open lucht, op brandstapels worden gecremeerd. Er mogen hier geen foto's en/of film gemaakt worden. De hindoe gelooft namelijk dat er schade aan de ziel wordt toegebracht als het verbranden van een lichaam wordt gefotografeerd. De lichamen van de overledenen worden binnen 4 tot 8 uur na het overlijden gecremeerd. Er is ongeveer 300 kilo hout nodig voor een volledige verbranding. Een kilo hout wordt verkocht voor ongeveer 120 Rs per kilo. Dit is voor de meeste Indiërs erg veel geld. Bij armen mensen wordt dan ook vaak minder hout gebruikt. |
|
| Het lichaam van de overledene wordt gewikkeld in een doek. Vervolgens wordt het lijk door de familieleden op een draagbaar door de stad naar de rivier gedragen. Een overleden vrouw wordt gewikkeld in een oranje doek, een kind in een witte en een oude man of vrouw wordt in een goudkleurig doek gewikkeld. Vóór de crematie wordt het lijk nog eenmaal in de Ganges ondergedompeld. De kleding en eventuele medicijnen worden in de Ganges gegooid. De oudste zoon of het naaste mannelijke familielid scheert zijn hoofd kaal (symbool van de reinheid) op één plukje haar na en heeft witte doeken omgewikkeld. | ![]() |
|
![]() De foto's van de lijkverbranding hebben we niet zelf gemaakt, maar komen van Discovery Channel |
De oudste zoon heeft de taak de brandstapel aan te steken. De crematie duurt ongeveer drie uur. Afgevallen ledenmaten worden weer met behulp van stokken op het vuur gelegd. Als de schedel niet uit zichzelf splijt, wordt de schedel met een stok opengeslagen zodat de ziel het lichaam kan verlaten. Van mannen verbrandt het borstbeen en van vrouwen verbrandt het bekken niet helemaal. Ook als er onvoldoende hout is gekocht, blijven er botten achter. Deze resten worden na de crematie, samen met de as, de Ganges ingeschoven. Het is opmerkelijk dat op enkele meters afstand van een crematieplaats mensen een bad nemen, hun kleding wassen, kinderen spelen en koeien en honden hun kostje bij elkaar scharrelen. | |
![]() |
![]() |
![]() |
|
Er zijn zeven redenen om iemand niet te cremeren: Zwangere vrouwen, kinderen onder de 10 jaar (nog geen ziel geworteld), Sadhu's (heilige mannen), mensen die zijn overleden door een beet van een cobra, overleden zijn door Lepra of waterpokken en slachtoffers van misdrijven of ongevallen. In deze gevallen wordt het lichaam, verzwaard met stenen, in de Ganges gegooid. |
||
| Terwijl er een overledene onder begeleiding van muziek naar de Ganges wordt gedragen, krijgen we uitleg van een jongetje. Hij vertelt dat deze persoon ouder is geworden dan 100 jaar. Dat kan je zien aan de goudkleurige doek die om het lichaam is gewikkeld. Een paar jongetjes zijn bezig om de as van de crematieplaatsen te zeven op zoek naar goud en/of zilver. Dit doen ze net als een goudzoeker met een platte schaal. Als we even hebben gekeken (het is even wennen) naar een crematie, is het tijd geworden om terug te keren naar het hotel. We besluiten morgen een bezoek te brengen aan de grootste crematieghat in Varanasi. We lopen de trappen op, langs een open riool, door smalle steegjes, op zoek naar een riksja. In een steegje lopen we langs een kleurrijke tempel. Deze tempel is rijkelijk voorzien van gekleurde beelden. Aangezien het al donker begint te worden lopen we door. 's Avonds eten we op het dakterras van het hotel en drinken we nog iets samen met de andere groepsleden. Ondanks dat er erg veel muggen zijn, is het dakterras een mooie plek om te vertoeven. In de verte zien we de rode gloed van de brandstapels. De crematies gaan hier 24 uur per dag door. | ||
![]() |
|
![]() |
|
|
DAG 19 - woensdag 29 maart |
![]() |
Om 5.00 uur staan we op. We worden namelijk om 5.45 uur verwacht voor een boottocht over de Ganges. Rond dit tijdstip (zonsopgang) nemen de meeste Hindoes een religieus bad. We stappen met de gehele groep in één gammele roeiboot. Er zijn twee roeiers. Het water van de Ganges is redelijk helder, ondanks dat het erg vervuild moet zijn. De riolering komt er in uit, het as van de crematieplaatsen en de overleden mensen en dieren worden er in gedumpt. Toch schijnen er zoetwaterdolfijnen in de Ganges te zwemmen. De zonsopkomst is schitterend. Het toch al sprookjesachtige decor van badende en wassende mensen wordt prachtig verlicht. | |||
|
||||||||
|
We varen bijna twee uur langs de vele ghats en crematieplaatsen. We hebben het gevoel dat we door de badkamers van de mensen varen. De meeste mensen nemen gekleed een bad, waardoor ze toch nog enige privacy hebben. Het is een indrukwekkend schouwspel. We schieten een fotorolletje vol. Als we terug komen in het hotel vallen we om van de slaap. Snel nog even een uurtje bijgeslapen. Na het ontbijt gaan we met zijn tweeën op weg naar het centrum van de oude stad. We wandelen uren door de smalle straatjes en langs de leuke winkeltjes. Uiteindelijk komen we bij Raj Ghat uit. We weten absoluut niet waar we zijn. Als we op een kaartje kijken, blijkt deze ghat helemaal in het Noorden van Varanasi te liggen. We besluiten langs de rivier terug te lopen naar Dashashvamedh Ghat, de grootste en belangrijkste ghat van Varanasi. Zo kunnen we ook de weg niet meer kwijtraken. Het is ondertussen erg warm geworden. Tot overmaat van ramp is ook het drinken ondertussen op en langs de rivier vind je geen winkeltjes. In één van de smalle straatjes vinden we na enig zoeken een winkeltje waar we lekkere koude cola kunnen drinken. |
||||
![]() |
Als we verder lopen komen we langs een scheefgezakte tempel. Deze tempel zou 150 jaar geleden vervloekt zijn door de moeder van de bouwer. Vervolgens is de tempel half weggezakt in het zand. We komen ook in de buurt van Manikarnika Ghat. Hier bevindt zich een heilige bron en de beroemdste crematieplaats. Voor de zekerheid bergen we maar alvast onze foto- en videocamera op. Bij deze ghat worden alleen hindoes gecremeerd in tegenstelling tot de Harishchandra Ghat waar bijvoorbeeld ook buitenlanders worden gecremeerd. In de kleine straatjes die naar deze ghat leiden, ligt het hout hoog opgestapeld. De geur van verbrand vlees en rook vermengt zich met de koeienstront die hier over de trappen sijpelt (of is het het riool?). Het is er spekglad en je moet uitkijken dat je niet uitglijdt. Gelukkig hebben we onze hoge schoenen aan en niet onze slippers! |
|||
| Natuurlijk worden we ook hier weer telkens aangesproken door Indiërs die "belangenloos" uitleg willen geven. De dood in India is heel gewoon. Het hindoeïsme ziet het lichaam slechts als een kleed dat door de onsterfelijke ziel wordt afgelegd. Waarom zou iemand zich daar over opwinden? Je mag ook gewoon kijken (niet fotograferen!) naar een crematie. Het klink raar, maar het kijken naar een crematieceremonie went snel. Eigenlijk vinden we het zelfs een mooie ceremonie. We worden verwezen naar een gebouw bovenaan de ghat. Het blijkt een zogenaamd sterfhuis te zijn. Hier "wonen" oude mensen die geen familie meer hebben. Zij wachten hier op hun dood en hopen voor die tijd genoeg geld bij elkaar gebedeld te hebben voor hun crematie. Van bovenaf hebben we een mooi uitzicht op de ghat. Deze ghat was de eerste stenen ghat van de stad. Hij werd in 1302 gebouwd ter vervanging van exemplaren van zand en klei. Er worden op zes verschillende brandstapels lichamen gecremeerd. Ook hier worden we weer aangesproken door een jonge man die tekst en uitleg geeft. Ook komt er een oude vrouw geld bedelen. Als we haar (redelijk veel) geld geven, kijkt ze er naar met een verontwaardigde blik. Ze vindt het waarschijnlijk te weinig. Direkt pakken we het geld weer terug en maken haar duidelijk dat ze dit geld kan krijgen of helemaal niets. De bedelaars proberen op deze manier op je gevoel te werken in de hoop dat je meer geld geeft. | ||||
| Onderweg zijn we bij diverse ghats gestopt om in de schaduw het leven te aanschouwen. Er gebeurt ontzettend veel op en rond zo'n ghat. Uiteindelijk zijn we langs de rivier naar ons hotel teruggelopen. Een lange weg over al die trappen en hindernissen. We komen dan ook erg moe bij het hotel aan. We kunnen nog net het dak bereiken voor een koude cola. | ![]() |
Na de crematie worden de botresten en de as in de rivier gegooid. | ||
![]() |
's Avonds gaan we nogmaals naar de stad. We lopen
door de altijd druk bevolkte straten en kopen armbanden en andere souvenirs.
Als we terug zijn in het hotel, neemt Leo hetzelfde te eten als gisteravond.
Roos neemt een Noodle soep en spaghetti.
|
![]() |
||