Dag 4: donderdag 8 oktober

Om kwart voor zes worden we zoals beloofd gewekt. Snel douchen en ontbijten. Om zeven uur vertrekken we naar het historische park in Sukhothai. Na een busrit van drie kwartier (58 kilometer) komen we aan bij de oude hoofdstad van Thailand. Aangezien het nog vrij vroeg is komen we er als eerste aan. Sukhothai was van 1238 tot 1376 (toen de stad werd geannexeerd door Ayutthaya) het centrum van hoogstaande bouwkunst, vrede en welvaart. De runes van het oude Sukhathai werden in 1988 gerestaureerd. Het park is toen op de erfgoederenlijst van de UNESCO geplaatst. Het park is een uitgebreid complex; het beslaat 3 vierkante kilometer en er zijn 21 historische vindplaatsen, waaronder de belangrijkste tempels. De overige 70 vindplaatsen liggen binnen een straal van 5 kilometer om het centrum. Nieuw Sukhothai ligt 12 kilometer naar het oosten.

 
Het bezoek aan het park beginnen we bij de Wat Mahathat. Dit was het religieuze hart van het Sukhothai-koninkrijk en als zodanig het belangrijkste gebouw van de stad. De tempel wordt omgeven door muren en slotgrachten vol waterlelies. Bij de ingang van het park krijgen we van Sam (onze gids) een lotusbloem en drie stokje wierook met daartussen een velletje bladgoud. Bij een Boeddhabeeld brengen we ons offer: we plaatsen de lotusbloem in een bak met water, de stokjes wierook steken we aan en zetten deze in een vaas met zand. Het bladgoud plakken we op het beeld. We mogen nu alweer een wens doen!  
Vervolgens krijgen we van Sam, onder een heilige boom (200 jaar oud en afkomstig van een stek van de boom in India waaronder Boeddha is geboren) les in het boeddhisme. Naast een uitleg over de vele houdingen waarin een Boeddhabeeld is afgebeeld, vertelt hij over de leefregels van het boeddhisme. Daarnaast leren we hoe we de afkomst van de boeddha-beelden kunnen herkennen. Thaise beelden hebben "een vlammetje" op het hoofd. Chinese beelden hebben een "bier"buik en de overige boeddhabeelden hebben een lotus op het hoofd (lijkt op een knol). De boeddha waar wij het offer hebben gebracht is een Thaise boeddha. Vervolgens krijgen we ruim de tijd om het terrein op eigen gelegenheid te verkennen. Het is ondertussen erg warm geworden. We brengen een bezoek aan het Ramkhamhaeng National Museum. We zien een overzicht van de evolutie van het Sri Lankaans schrift naar het Thaise alfabet. Volgens Sam is het onleesbaar. Men denkt dat het door koning Ramkhamhaeng is ontworpen. Verder bevat het museum een aantal foto's uit het begin van de 20ste eeuw, waarop de begroeide runes van vóór de restauratie te zien zijn. Een grote verzameling kunstwerken en een kopie van de steen met een inscriptie over de geschiedenis van Sokhothai uit de Khmer-tijd (het origineel bevindt zich in Bangkok).
 

Vervolgens zijn we weer in de bus gestapt voor een korte rit naar de Wat Sri Chum in het noorden van Sukhothai. Deze What bevat een kolossale zittende Boeddha (15 meter hoog) die door een nauwe opening naar buiten kijkt. Het gebouw waarin de Boeddha zit, is heel klein. Hierdoor lijkt het beeld nog groter. Recentelijk is het beeld gerestaureerd en wit gemaakt. Op de vele ansichtkaarten die er van deze Wat te koop zijn, is het beeld nog zwart gekleurd.

Na het bezoek aan deze Wat zijn we verder gegaan met een Thaise "Mercedes Cabriolet", een ossenkar dus. Elke kar wordt voortgetrokken door twee ossen die werden bestuurd door oude mannetjes. We kregen allemaal een stroden hoed op en "genoten met volle teugen" van de hobbelige rit.

Ossenkar  
kinderen op school Hierna hebben we een bezoek gebracht aan een plaatselijke lagere school. Op deze school krijgen voornamelijk kinderen van boerengezinnen les. Sam neemt de les over en geeft de kinderen een voorlees-opdracht. Daarna mag Leo zijn naam op het bord schrijven. Sam schrijft de naam over in Thaise letters en de kinderen moeten vervolgens zijn naam uitspreken. Als beloning krijgen alle kinderen uit de klas een zakje chips, die ze heel gedisciplineerd bij Sam in ontvangst komen nemen. De kinderen gaan eerst netjes in een rij staan, eerst de meisjes en daarachter de jongens. De meisjes nemen het zakje chips met een kniebuiging in ontvangst, de jongens doen dit met een hoofdknik.  
Sam vertelt dat hij de school ondersteunt met donaties. De school heeft het geld hard nodig om de kinderen 's middags een lunch aan te kunnen bieden zodat ze in elk geval nmaal per dag een goede maaltijd krijgen. Na een bezoek aan de "keuken", waar enkele ouders staan te koken, worden we door de kinderen teruggebracht naar de bus. De kinderen vechten om het hardst om onze hand te mogen vasthouden. Dit bezoek heeft bij ons veel indruk gemaakt.  

 

Voor de lunch in Nam Khang Garden bezoeken we Wat Cham Chuen Archeology Museum. Dit gebouw bevat grafopgravingen uit de 2de eeuw na Christus. De graven zijn overigens pas in 1993 gevonden. De opgravingen duurden tot 1996. Om eerlijk te zijn waren we zo uitgekeken op deze dode mensen. Na de smakelijke lunch volgt een busrit door de heuvels, langs rijstvelden, bananenbomen, teakbomen en ananasplantages.
We zijn op weg naar de rivier voor een extra georganiseerde boottocht door de jungle met een houseboot. Sam koopt onderweg ananas en vlees voor op de boot. Hij gaat voor ons barbecuen. De houseboats worden door de Thai gehuurd voor speciale gelegenheden. Op het water komen we een andere houseboat tegen waarop een grote groep Thaien een feest hebben; er wordt gezongen, muziek gemaakt en gedanst. We varen over een brede rivier dwars door de jungle. De barbecue is zeer geslaagd. Er is sat, fruit, gebakken bananen, rijstwafels, nootjes, etc. Na circa 2 uur (tegen zonsondergang) keren we weer terug aan wal.  
We slapen in de Lampang River Lodge in een mooi houten huisje aan het water. Veel muggen, hagedissen en gekko's. De klamboe doet zijn werk uitstekend! 's Avonds heerlijk gegeten in het open restaurant onder het genot van live muziek. Het is nog wel erg warm en n van de leden van het orkest speelt soms ontzettend vals. Tot groot ongenoegen van de overige bandleden die hem regelmatig kwaad aankijken.  

 

Dag 5: vrijdag 9 oktober

Vandaag zijn we wederom vroeg opgestaan. De wekker liep al om zes uur af. Aangezien we gisteren in het donker bij de lodges aankwamen zien we vandaag pas hoe mooi het hier is. De bungalows liggen in een prachtige tuin. Na het ontbijt vertrekken we om half acht. We rijden snel naar een plaatselijke school om te zien hoe de kinderen elke ochtend voordat de school begint in uniform voor de school een lied moeten zingen. Als onze gids hard begint te lachen blijkt dat de school helaas gesloten te zijn: de kinderen hebben vakantie.

 
We bezoeken vandaag eerst de Wat Phra Kaeo Don Tao Suchadaram. Deze Wat ligt enkele kilometers ten noordoosten van het centrum van Lampang. De Wat werd in de 15e eeuw gebouwd en geniet grote bekendheid. Tussen 1436 en 1468 herbergde deze tempel namelijk de smaragden Boeddha (Phra Kaeo), die later verhuisde naar Wat Phra Kaeo in Bangkok. In diezelfde tijd werd hier het identieke boeddhabeeld van Jaspis (Don Tao) bewaard, dat zich nu in Wat Phra That Lampang Luang bevindt. Aan laatstgenoemde tempel zullen we ook nog een bezoek brengen. Binnen de muren van de Wat staat een grote stenen olifant met daarop een groene Boeddha die herinnert aan het feit dat de smaragden boeddha ooit hier gehuisvest was. We krijgen aan de hand van zeven boeddhabeelden een toelichting op de dagen van de week. In Thailand is de dag waarop je bent geboren van groot belang. De dag bepaald namelijk (mede) je karaktereigenschappen. Meisjes die op zondag geboren zijn, zijn sterke leidsters en hebben managementkwaliteiten. Ze zijn dan ook niet zo geliefd als partner.  
We brengen een bezoek aan de Wat Phra That Lampang Luang. Deze Birmese tempel ligt 18 km ten zuiden van Lampang en werd oorspronkelijk als burcht gebouwd en wordt nog altijd door muren en kloostergangen omgeven. Aan de top van de trap kwamen we een enorme grote Bodhi-boom tegen. De takken van deze boom worden ondersteund door palen, waarop gelovigen hun naam kerven. Als de boom groeit, groeien zij zelf ook. We hebben zilveren bakjes met zand en 3 wierookstokjes gekregen. Onder deze boom gooien we het zand op de grond en plaatsen we de wierookstokjes erin. Deze ceremonie moet wederom geluk brengen. Uiteraard steken we de wierookstokjes niet aan; de boom zou wel eens vlam kunnen vatten!  

Rechts achter de boom bevindt zich een klein gebouw met een kleine, maar veel vereerde Boeddha van smaragd. Men beweert dat deze Boeddha is vervaardigd uit hetzelfde blok als de boeddha van smaragd in Bangkok. Het beeld is nauwelijks te zien tussen alle andere boeddhabeelden en wordt bovendien beschermt door dikke tralies. Vr de Boeddha gaan we op de grond zitten en voorspellen onze toekomst door een koker met stokjes hard heen en weer te schudden totdat er uiteindelijk n stokje uitvalt. Op dit stokje staat een nummer die correspondeert met een grote kast met laatjes met daarop nummers. In het laatje met hetzelfde nummer als het stokje bevindt zich een papiertje met daarop de voorspelling voor je toekomst. Buiten ontmoeten we enkele Thaise studenten die in opdracht van hun leraar Engels moeten oefenen. Ze maken (erg verlegen) een praatje met iedere toerist die zij tegenkomen en schrijven de antwoorden op in hun schriften.. Leo heeft na het gesprek zijn E-mail adres gegeven. Afwachten dus of zij ooit een mailtje sturen. We hebben helaas nooit een E-mailtje ontvangen.

 

 

Vervolgens brengen we een bezoek aan de markt Kad Tung Kwain. Op deze overdekte markt verkopen ze voornamelijk eten. Niet alleen fruit en groenten, maar ook gebakken sprinkhanen, torren, kevers, gegrilde kikkers en wormen. Daarnaast verkoopt men nog veel levende dieren (konijnen, cavia's, parkieten etc.) en vele soorten ingewanden. Volgens Sam worden niet alle dieren gebruikt voor consumptie, hetgeen we niet direct geloven. De lucht op de markt is niet te harden en enigszins misselijk en aangedaan verlaten we de markt. Gelukkig gaan we nog niet lunchen. Op weg naar Lumphun maken we in een Ban Thakad kennis met een dorp van de White Karen-bergstam. De vrouwen van deze stam weven thuis lappen stof op een zelfgemaakt weefgetouw. Deze stof zenden ze vervolgens naar een fabriek. Voor 1 meter stof moeten de vrouwen circa 4 dagen werken. Ze krijgen voor 1 meter stof 400 Bath (f. 20,-). We verkenen het dorp en ontdekken er veel armoede.

Varken wordt geslacht

 

Nog voor de lunch brengen we een bezoek aan Wat Phra That Haripunchai. Deze Wat ligt 18 kilometer ten zuidwesten van Lampang en ligt in het centrum van de stad Lumphun. De Wat dateert van 1044 en wordt gedomineerd door 51 hoge verblindende gouden Chedi (dat model stond voor de chedi van Doi Suthep) een parasol van 6,5 kilo puur goud. In één van de gebouwen bevinden zich muurschilderingen die de straffen uitbeelden die Boeddha over iemand afroept als hij of zij de vijf geboden van het boeddhisme niet opvolgt. De vijf geboden zijn; geen dieren doden, niet stelen, niet liegen, geen alcohol drinken en niet schelden. Helaas blijkt men erg ruim met deze regels om te gaan. Een door een ander gedood dier mag men wel eten en stelen noemen ze gewoon lenen. Dit complex bevat ook vier duidelijke voetstappen (die in elkaar staan) van Boeddha en de grootste tempelgong van Noord-Thailand. Deze gong werd in 1860 gegoten en bevindt zich momenteel in een open paviljoen. We vervolgens onze weg met de bus. Langs de weg, boven op een berg, zien we een verzameling van 300 geesteshuisjes. Deze geesteshuisjes zijn hier neergezet voor de verkeersdoden die op deze gevaarlijke weg zijn gevallen. Alle automobilisten toeteren bij het passeren van deze plek uit respect voor de doden. Om dezelfde reden, wordt hier regelmatig grote vuurwerkmaten afgestoken door een Thaise meneer. Leo ambieert deze (vakantie)baan.
Na een smakelijk lunch in Mi Tree brengen we een bezoek aan een fabriek waar men lakwerk maakt. Dit lakwerk is een Noord-Thaise specialiteit. Het bamboe of hout is doorgaans versierd met zwarte of gouden afbeeldingen. Eerst krijgen we een rondleiding in de fabriek. Hierbij wordt ons uitgelegd hoe het fabricageproces verloopt. Daarna worden we "losgelaten" in de winkel in de hoop dat we sourveniers kopen. Vervolgens brengen we een bezoek aan een zijdefabriek Piankusol. De zijde-industrie concentreert zich in het Noodoosten van Thailand, voornamelijk omdat de grond zich goed leent voor de verbouwing van moerbei, het hoofdmenu van de zijderups. De zijderupsen worden op grote bamboerekken gelegd en beschermd tegen de felle zon en krijgen moerbleiblad te eten. De volgroeide rupsen spinnen vervolgens een cocon. De cocon wordt gesponnen met een witte of gele draad die de rups met een snelheid van 12 cm per minuut uit zijn bek kan afscheiden. De cocons moeten binnen 10 dagen worden afgerold, want als de rups zich ontpopt, beschadigt de zijdedraad. In een ketel met water, net onder het kookpunt, worden de rupsen gedood en laten de zijdendraden los. De draden worden met een speciaal gevorkte bamboestok uit de ketel gevist. Ze worden ineen gedraaid tot een enkele, sterkere draad, die op een spoel wordt gewikkeld. De uiteindelijke draad bestaat soms uit meer dan 6 draden. Koken van de cocoons

In de middag brengen we een bezoek aan Wat Phra That Doi Suthep. Doi Suthep is een druk bezochte, dicht beboste berg. Vlakbij de 1601 meter hoge top staat de tempel, n van de meest vereerde boeddhistische heiligdommen van Noord-Thailand. Deze tempel werd in 1383 gebouwd en ligt 16 kilometer ten noordwesten van Chiang Mai. Vanaf de weg, waar een levendige handel plaatsvindt, leidt een trap van 300 treden, geflankeerd door een stel enorme Naga's (slangen met drakenkoppen) helemaal naar de top. De legende over de stichting van de tempel is intrigerend: er wordt beweerd dat een koning een heilige relikwie op de rug van een witte olifant bond. Deze olifant trompetterde driemaal en liep vervolgens naar Doi Suthep. Het heilige dier beklom de heuvel, draaide drie keer om zijn as, knielde en stierf. Op deze plek werd door de koning de tempel gebouwd. De vergulde Chedi is in de 16e eeuw herbouwd naar het oorspronkelijke ontwerp. De Chedi wordt omgeven door vier gouden paraplu's waarop pelgrims bladgoud aanbrengen.

Vanaf de rand van het tempelcomplex heb je een prachtig uitzicht op de bossen van het nationale park en op Chang Mai. Vervolgens op weg gegaan naar het Amari Rincome Hotel in Chiang Mai. We zullen hier twee nachten verblijven. We hebben er een ruime kamer met een erg groot bed. Snel douchen want vanavond hebben we een Kantoke diner met traditionele Thaise dansen. Kantoke is een traditionele manier van eten in Noord-Thailand. Je neemt plaats op grote kussens op de grond aan een lage tafel met vijf gerechten die worden opgediend met kleefrijst. De gerechten worden opgediend door obers en serveersters in traditionele kostuums. De gebakken varkenshuid zag eruit als kroepoek en was erg lekker. Toen we het restaurant ingingen barstte er een tropische regenbui los. Net op tijd binnen!

   

Verder naar Dag 6 meer Thailand verslagen