Dag 6: zaterdag 10 oktober

Vandaag ging de wekker om zeven uur af. Om kwart voor acht een snel ontbijt en om acht uur vertrek. We gaan een bezoek brengen aan diverse kunstnijverheidsfabriekjes en krijgen de kans om inkopen te doen. We gaan naar het oosten van Chiang Mai. Hier bevindt zich namelijk een gigantisch industrieel gebied, waar men in werkplaatsen met de hand gemaakte souvenirs produceert, zoals leerprodukten, parasols, lakwerk, zilveren voorwerpen, zijde en keramiek. In iedere "fabriek" kregen we een uitgebreide toelichting op de diverse fabricageprocessen. Daarna kunnen we op eigen gelegenheid de fabriek bezoeken. Elk bezoek eindigt steeds in een winkel, waar je letterlijk en figuurlijk wordt achtervolgd door de verkoopsters. Zodra je niets vermoedend naar iets wijst, wordt het direct in je handen gedrukt. Na een aantal bezoeken zijn we geneigd schijnbewegingen te gaan maken en ieder onze eigen weg te gaan. Zouden de verkoop(st)ers op provisie-basis werken?

We bezoeken de volgende fabriekjes:

 

1. Teakhoutfabriek
Teakhout heeft vele gunstige eigenschappen, zoals de weerstand tegen ongedierte en rot. Dit is dan ook de reden dat deze houtsoort veel wordt gebruikt als materiaal voor meubels en gebouwen. Bovendien is het zeer goed geschikt voor fijn houtsnijwerk. Met name dit laatste hebben we in deze fabriek goed kunnen zien. Grote panelen werden bewerkt tot echte kunststukken. Verder werden er veel meubelen verkocht (zeer goedkoop en allemaal inclusief de verscheping naar het buitenland), maar ook de standaard souvenirs als olifanten en boeddha-beelden zijn erg aantrekkelijk.

2. Edelstenenfabriek
In de fabriek zien we hoe sieraden van Jade, visbeen en edelstenen worden gemaakt. Rosalie laat zich verleiden (na enig aandringen van Leo) tot het kopen van een witgouden ring met een witte zirkonia.

3. Bronsgieterij
Hier maakt men voornamelijk bestek van brons. We zien hoe het bestek gegoten, geslepen en gepoetst wordt.

4. Leerfabriek
Eerst kregen we een uitgebreide uitleg over de diverse huiden die verwerkt worden en waarvan er in deze winkel producten te koop zijn. Men verkoopt er jassen, (golf)tassen, schoenen, riemen etc. van bijvoorbeeld koeienhuiden, paardenhaar en pijlstaartrog. In de bus kwam één van de Oostenrijkers er echter achter dat ze een riem had gekocht met de tekst Made in ItaliŽ!

 

5. Parasolfabriek
In deze fabriek maken ze de beroemde Thaise beschilderde parasols van papier, karton en zijde. Leo laat een kleine schildering maken op de beschermingsdop van de videocamera; een mooie vlinder! Kosten: wat de gek ervoor geeft. Wij betalen 20 baht (f 1,00). Daarnaast koopt hij nog een vaas c.q. pennenbakje; een holle bamboestengel die beschilderd is met olifanten etc.

6. Zilverfabriek
De laatste fabriek voor vandaag. Hier veel zilveren schalen, sieraden en servies. We hebben het inmiddels wel gehad met al die fabrieken en winkels!

 
Vervolgens hebben we lunch in La Casa in Chiang Mai. Zoals de naam al doet vermoeden, geen Thais eten, maar Italiaans. Helaas! Na de lunch brengen we nog een bezoek aan een tempel, de Wat Phra Sing. Deze tempel is in 1345 gebouwd. De gouden Phra Buddha Sing komt uit Sri Lanka. Dit is te zien aan de stijl van de boeddha; hij heeft een lotusbloem op het hoofd. In deze tempel zijn we in gesprek gekomen met een monnik die daar Engelse les geeft. Hij werd op 12-jarige leeftijd monnik en is nu 29 jaar. Hij is geboren in Noord-Oost Thailand in een dorpje dicht aan de grens met Laos. Leuke en vrolijke vent! Ook de monniken blijken gebruik te maken van de modere technologie. E-mail adressen worden namelijk uitgewisseld en Leo beloofd hem de foto die van hem is gemaakt te mailen. Om drie uur zijn we terug in het hotel. Lekker een duik genomen in het zwembad, geluierd, gelezen en naar cd's geluisterd tot de zon onderging. Monnik in tempel  


Dag 7: zondag 11 oktober

Vandaag om half zes uur opgestaan. Om 6.40 uur vertrek. Gisteravond hebben we een kleine tas ingepakt voor de overnachting van vanavond in de Hmong Hilltribe Lodge. De bus kan daar namelijk niet komen. Wij zullen vanmiddag met jeeps naar boven rijden en grote koffers kunnen natuurlijk niet mee! Sam heeft voor vandaag een cameraman ingehuurd die onze belevenissen op video zal vastleggen. Aan het eind van de dag kunnen we de videoband kopen, hetgeen we ook doen. Een leuk persoonlijk aandenken.

 
Vandaag brengen we eerst een bezoek aan het Elefant Nature Park, een opleidingskamp voor olifanten. Dit opleidingskamp ligt in een bebost gebied naast de rivier. Hier worden olifanten getraind voor diverse werkzaamheden. Olifanten zijn tussen hun 40e en 50e jaar op hun best. Veel olifanten blijven echter tot de officiŽle pensioengerechtigde leeftijd van 60 jaar in het kamp. In een trainingsperiode van vijf jaar leren olifanten vanaf drie jaar tal van taken uitvoeren, waaronder het opstapelen, dragen en voortduwen van boomstammen. Bij aankomst in het kamp blijken we de eerste bezoekers te zijn. We kunnen gelijk op de olifant klimmen voor een tocht van een uur door de jungle en de rivier. Ritje op de olifant  
Olifanten willen bananen Het is onze eerste rit op een olifant. Ondanks dat we niet erg comfortabel zitten en erg door elkaar worden geschud, hebben we een leuke rit. Onderweg zien we grote atlasvlinders (eigenlijk zijn het motten) en kopen we voor 20 baht kleine bananen voor de olifant. Na terugkomst in het kamp krijgen we een demonstratie. We zien hoe olifanten boomstammen verplaatsen en opstapelen. Eén olifant kan zelfs voetballen! Na de demonstratie zien we hoe de olifanten een bad nemen in de rivier. Hier kopen we ook de foto die van ons is gemaakt toen we op de olifant zaten. Deze foto was wel wat duur; (200 baht - f 10,00) maar was wel inclusief negatief!  

 

Vervolgens op een bamboevlot gestapt voor een tochtje van een uur stroomafwaarts. Het is erg heet en we hebben geen bescherming tegen de zon. Ook de bankjes waarop we zitten, zijn erg hard. Een uurtje afzien dus, maar wel erg leuk. We drijven door een erg groen gebied. Het water kabbelt rustig voort.

De bus wacht ons beneden op en we vertrekken naar de Mae Sa-snakefarm. De entree moeten we zelf betalen (100 baht --f 5,00 per persoon). De snakefarm blijkt een soort slangendierentuin te zijn; er worden 25 inheemse slangensoorten gehouden. Dit betekent veel bakken met mooie, grote en gevaarlijke slangen. In een show van 3 kwartier gaat "snakeman" een gevecht aan met 2 cobra's, de beruchtste en gevaarlijkste slangen in Thailand. Het gif dat tijdens deze gevechten vrijkomt, wordt opgevangen in een bekertje en gebruikt om antiserum van te maken. Eigenlijk vinden we de show niets. Zelf jaren na dato maken we nog steeds grapjes over de belachelijkemanier waarop deze show wordt gegeven (big cobra, very dangerous, big cobra, very dangerous). Na het bezoek aan de snakefarm lunchen we in het Mae Sa Valley Resort. Het eten valt wat tegen. Wellicht dat de hitte ons wat parten speelt?

Raften op een erg rustige rivier

 

Na de lunch brengen we een bezoek aan een vlinder- en orchideeŽnkwekerij. De orchideeŽn worden voor handels-doeleinden gekweekt in diverse inheemse soorten en kruisingen. De vlinders vliegen vrij rond in een overdekte tropische tuin. Ze komen uiteindelijk opgeprikt in lijstjes terecht, die als souvenirs worden verkocht in de winkels bij de ingang en op de diverse markten in Chiang Mai en Bangkok.

 

 

De Jeeps Na de orchideeŽn- en vlinderkwekerij zijn we in een jeep gestapt met onze overnachtingstassen op het dak. De bus met de koffers blijft achter bij het benzinestation. De weg naar boven over een onverharde weg is erg stoffig en het is erg warm. De jeep heeft geen airconditioning en de weg zit vol grote kuilen en spleten zodat we gedurende 45 minuten stevig door elkaar worden geschud. We worden afgezet bij een niet toeristische bergstam. De mensen lopen dus niet in Volendammer-klederdracht, maar in vieze en armoedige kleding. Met het verkopen van handgemaakte kleden en armbanden probeert men nog enige centen te verdienen. We maken foto's van mooie kinderen en karakteristieke oude vrouwtjes.  
Meisje met kind
Meisje heeft haar kleine
broertje op haar rug.
In het dorp lag veel maÔs te drogen. Dit eten ze niet zelf maar blijkt voor de varkens te zijn. Twee kinderen schuren limonadeblikjes over een grote steen om de bodem eruit te krijgen. Waarschijnlijk maken ze speelgoed van de blikjes. Leo voetbalt met de plaatselijke jeugd. Om 15.00 uur komen we aan in het Hmong Hilltribe Resort. We slapen in een kleine authentieke kamer die helemaal uit hout bestaat. Het huis is op palen gebouwd en door de vloer zien we het gras en de aarde twee meter onder ons. We voelen ons ontzettend vies en moe. Eerst een douche en daarna tot zes uur geslapen. Als we wakker worden is het al donker. Het terrein van het resort wordt verlicht door fakkels. Om 19.00 uur diner. Dit keer een barbecue en we eten dus wederom erg lekker. Na het diner zien we een korte show van de Hmong bergstam met zang en dans. Om 21.00 uur zijn we terug in de kamer. Even wat slaap inhalen onder onze klamboe. Oude vrouw verkoopt zelgemaakte kleden  

 

Dag 8: Maandag 12 oktober 1998

 

Vandaag gaat de wekker om 6.30 uur. Na het ontbijt vertrekken we naar Tha Ton. Uiteraard moeten we eerst weer met de jeep 45 minuten naar beneden rijden. Beneden staat de bus op ons te wachten. De eerste stop maken we bij een supermarkt in Chiang Dao. Wij kopen snel een nieuwe fles met insectenspray; we gaan immers een malariagebied in. Na de supermarkt brengen we een kort bezoek aan de markt in Chiang Dao. Hier geen kikkers, sprinkhanen en torren. Wel veel kruiden, specerijen, groenten etc. Een aantal reisgenoten willen verse kruiden en specerijen kopen voor een Thaise maaltijd in eigen land. Sam geeft uitleg en advies, hij blijkt namelijk - naast reisleider - ook kok te zijn. Onderweg naar Tha Ton maken we een stop bij mensen die op de rijstvelden werken. Weer een paar foto's geschoten.

 
De lunch gebruiken we in het Mae Kok River Lodge in Tha Ton, een klein dorpje vlak bij de Birmese grens. Vanuit het restaurant hebben we een prachtig uitzicht op de Wat Tha Ton, een enorme witte boeddha met een gouden knot. Vandaag kunnen we zelf ons eten pakken (buffet) en Sam bereidt de noedelsoep (kuaytiaw nam). Deze soep met groenten en gehaktballen is het enige Thaise gerecht dat met stokjes wordt gegeten. Omdat wij niet de hele dag de tijd hebben, wordt er ook een lepel bij geserveerd! Overigens vinden een aantal de soep iets te pittig. Ze worden langzaam rood en de stoom komt uit hun oren. Na de lunch nemen we afscheid van de buschauffeur en Tunk. Zij brengen onze bagage naar het hotel in Chiang Rai en gaan dan terug naar Bangkok. Na de lunch stappen we in een longtailboot voor een tocht van circa 4 over de Mae Kok naar Chiang Rai. Echte zitplaatsen hebben we in deze boot niet. We zitten op de bodem. De zwemvesten dienen als kussen. We moeten vooral blijven zitten omdat de erg instabiel is. De tocht naar Chiang Rai is erg opwindend; de boot vaart ontzettende snel, de zon schijnt en soms worden we kletsnat van de sproei van het water. We gaan door stroomversnellingen en de stuurman moet zandbanken en ondieptes ontwijken. Gewapende bandieten komen langs dit traject gelukkig niet meer voor, al moet Sam ons bij de politiepost van Mae Salak wel afmelden. Onderweg zien we een prachtig landschap; rijstvelden, bergen en bossen schieten aan ons voorbij. Vissers staan tot hun middel in het water hun netten uit te werpen, waterbuffels zoeken de schaduw op onder de bomen, kinderen spelen in de rivier en dorpelingen pagaaien in een uitgeholde boomstam rustig voorbij.  
Na circa 2,5 uur stoppen we in Ban Ruammid. Dit dorp ligt zo'n 20 kilometer ten westen van Chiang Rai. Het dorp werd oorspronkelijk uitsluitend door de Karen-bergstam bewoond, maar nu wonen er veel verschillende etnische groepen. De groepen leven vreedzaam naast elkaar, maar niemand zal ooit met een lid van een andere bergstam trouwen. Het dorp bleek erg toeristisch te zijn; veel olifanten waarop je een ritje kan maken en je moet 10 baht - f 0,50 betalen om een foto te maken van een vrouw in klederdracht. Die 10 baht besteden we ook aan het kopen van een tros banaantjes voor de olifanten!  
Vervolgens weer in de boot gestapt voor het laatste 1,5 uur van de tocht. We maken nog een stop bij een grot waarin veel boeddha's staan en veel vleermuizen aan het plafond hangen. Sam vertelt dat hij de paraplu van de boeddha heeft gefinancierd. Hij vond het namelijk zo vervelend dat er steeds regenwater op het hoofd van de boeddha druppelde. We hebben zo onze twijfels. Na het bezoek wederom de boot in voor de laatste 20 minuten naar het hotel.  

Het hotel blijk aan de rivier te liggen en een aanlegsteiger voor boten te hebben. We gaan het Rimkok Resort Hotel via de achterdeur binnen. . Het is een erg groot en luxe hotel. Snel zetten we de koffers in onze kamer en trekken onze zwemkleding aan voor een lekkere frisse duik in het zwembad. Direct daarna moeten we ons omkleden voor het diner en de afscheidsborrel. Morgen vliegen we terug naar Bangkok!

Na het diner zingt Sam nog een aantal nummertjes met de pianist. Sam kan goed zingen en de eerste paar nummers was het erg leuk. Iedereen van de groep is erg moe van de lange dag op het water en het heerlijke eten We willen niet onbeleefd zijn en houden onze ogen dus nog even open.

 

Verder naar Dag 9 meer Thailand verslagen