Ecuador: Reis door Zuid-Amerika (2008)
De jungle in Tena (woensdag 1 oktober)


Na het ontbijt gaan we met een taxi naar de busterminal. We hebben vandaag een lange busreis voor de boeg: 5 uur bussen naar Tena. Daar vandaan zullen we met een taxi naar een unieke locatie gaan; de Shangrila lodge in de jungle van Ecuador. Maar daar later meer over.

De bus rijdt net weg ondanks het luid toeteren en zwaaien van onze taxichauffeur. Twee uurtjes later vertrekken we alsnog uit Quito. In de oude bus zijn de stoelen ruim. Ondanks de genummerde bustickets zoeken we een mooi plaatsje met veel beenruimte uit. Voordat de bus vertrekt, krijgen alle verkopers nog even de kans om hun waren aan te prijzen en te verkopen. Ze verkopen CD's, fruit, chips en natuurlijk ijsjes.
De bus rijdt eindelijk het station uit en in een slakkengangetje gaan we de bergen in en Quito uit. De bus stopt regelmatig om passagiers in te laten stappen. Aangezien we vlak achter de chauffeurscabine zitten, is zijn luide operamuziek goed te horen. De dvd en de televisie worden weer aangezet en er wordt een kung-fu film vertoont. Ook dit geluid staat op standje oorverdovend.

De bus rijdt verder de bergen in. De kale heuvels veranderen in wild begroeide vegetatie. De weg slingert zich een weg omhoog, langs diepe afgronden. Wat een uitzicht. De asfaltweg gaat al snel over in een grindweg. Het wordt mistig en het begint hard te regenen. De bus verlaat regelmatig de "hoofdweg" om in kleine dorpjes mensen op te pikken. De afstand naar Tena is 186 kilometer, maar op deze manier gaat het vast langer duren dan 5 uur. Wat maakt het uit.. we zitten droog en kunnen genieten van het uitzicht!

De traditionele klederdracht die we de afgelopen dagen hebben gezien (zwarte lange rokken met een witte blouse met gekleurde borduursels) wordt ingeruild voor spijkerbroeken en hippe shirts. Er zien zelfs meisjes in korte broeken. Veel mannen lopen op zwarte kaplaarzen.

Langs de kant van de weg staan regelmatig koeien en we spotten onze eerste lama's in Ecuador. Na 2 uur bussen stoppen we even bij een restaurant. De staat van het toilet zullen we maar niet beschrijven. We dachten in China al veel gezien te hebben, maar dit slaat werkelijk alles.
Met de Lonely Planet in de hand kunnen we precies de route volgen: via Papallacta, Baeza en Cosanga naar Tena. Langs de kant van de weg staat een bord dat de afstand naar Tena nog 60 kilometer bedraagt. In dit tempo is dit nog 1,5 à 2 uurtjes bussen.
Het regent inmiddels niet meer. Het water stroomt nu alleen nog uit smalle watervalletjes naar beneden.

Naast ons geeft een vrouw haar dochtertje van circa 14 maanden de borst. De oude man, die al vanaf Quito ligt te slapen, wordt even wakker. Vier vechtfilms, twee opera's en circa 5,5 uur later rijdt de bus Tena binnen.
Leo ziet direct het restaurant Cositas Ricas waar we ons moeten melden. De bus rijdt nog een stukje door naar de terminal. Met een taxi gaan we terug naar het restaurant.


Bij het restaurant worden we gastvrij ontvangen door Julio. Hij geeft ons uitleg over het programma van de komende dagen. In het restaurant passen we onze eigen zwarte kaplaarzen.
We verblijven 3 nachten in de ecolodge Shrangrila net buiten Misahualli. De lodge is gebouwd op een klif, circa 100 meter boven de rivier Rio Anzu, een aftakking van de Rio Napo. Vanuit de lodge hebben we een prachtig uitzicht op de jungle en een bergketen met diverse vulkanen. Met een 4x4 worden we in circa 20 minuten naar de lodge gebracht. Twee jongens dragen onze zware rugzakken een primitieve trap af. De zon is inmiddels doorgebroken en het is bedrukkend warm.

De lodge bestaat uit diverse etages. Er is ook een loungeterras met hangmatten. Het uitzicht is prachtig en vogels en insecten zorgen voor echte junglegeluiden. Terwijl ik (Leo) op een luie stoel dit verslag schrijft, zakt de zon door de bewolking achter de bergen. In de toekomst zal dit één van de beelden zijn als ik terug denk aan Ecuador. FANTASTISCH !

Onze kamer is aan voor- en achterzijde voorzien van twee grote ramen waarvoor alleen muskietengaas zit. Tussen de bomen zien we de vlinders en vogels vliegen.



Jungletocht in Misahualli (donderdag 2 oktober)
Tijdens het ontbijt vliegen er drie groengekleurde papegaaien luid krijsend voorbij. Na het ontbijt is het tijd voor onze jungle outfit. Zwarte kaplaarzen, lange broek, shirt, petje, een fotocamera en alle onbedekte lichaamsdelen ingespoten met anti-insectenspray (Deet). Leo twiijfelt nog tussen een shirt met korte mouwen of met lange mouwen.

We zien eruit als echte jungletoeristen. Roberto is onze privégids. Zijn zoontje besluit ook mee te gaan op avontuur. Het wordt een wandeling van circa 2,5 à 3 uur.
Vanaf de weg, kapt Roberto enkele takken weg om een primitief pad vrij te maken. We glibberen en glijden een redelijk steile heuvel af, de jungle in. Na 20 minuten bereiken we een smal riviertje en volgen deze stroomafwaarts. Roberto geeft informatie over de planten en bomen die hier groeien en bloeien. De meeste planten, bladeren en wortels worden door de locale bevolking gebruikt als medicijnen. In sommige bomen leven tussen de wortels dikke wormen die ze ook vangen en op eten.

De rivier heeft tussen de rotsen een diepe kloof gesleten en is soms minder dan een meter breed. De rotswanden zijn scherp en de rotsen waarop we lopen, zijn soms behoorlijk glad. Het water in het riviertje is regelmatig te diep om er door heen te waden. Dit geldt helemaal voor het zoontje van Roberto aangezien zijn laarsjes veel lager zijn. Hij springt dan ook regelmatig bij zijn vader op de rug, maar hij zal het niet droog houden.

Het is een heel geklauter over de takken, zeker als je enorme spinnewebben wil ontwijken. De gids vangt samen met zijn zoon een visje. Het jongetje neemt het visje mee (in zijn hand). Onderweg laat hij Rosalie zien hoe het dode visje zijn bek opent als hij op zijn kop drukt....

Terug bij het resort cirkelen drie grote roofvogels rond op zoek naar een prooi. Wat is de natuur toch mooi.

De gids wijst in het zand regelmatig sporen van het gordeldier en een grote katachtige aan. Helaas zien we weinig bijzondere dieren. Wel zien we veel mooie vlinders, diverse insecten, grote spinnen, een vleermuisje en diverse visjes. De kleine aapjes en de drietenige luiaard houden zich voor ons verborgen.

Het wordt steeds warmer en we zweten ons rot. Na drie uur wandelen, klimmen, glijden en glibberen komen we drijfnat, maar moe en voldaan terug bij de lodge. We hebben al eerder in de jungle gewandeld in Nepal, Costa Rica en in Maleisië, maar een tocht door een rivierbedding (dus niet over een pad) maakt het uniek.

bovenzijde pagina
fotoseries Ecuador
volgende verslag