Ecuador: Reis door Zuid-Amerika (2008)
Vanuit Riobamba naar Cuenca met de Nariz del Diablo (woensdag 8 oktober)

Om 5:10 uur loopt de wekker af. Het is eigenlijk te koud om ons bed uit te gaan, maar vandaag hebben we een lange treinreis en busreis voor de boeg. Jullie denken wel dat wij op vakantie zijn, maar reizen is soms een zware en vermoeiende bezigheid.

Vanuit Riobamba (overdags een stinkstad) vertrekt drie keer per week een trein voor de spectaculaire rit via de Nariz del Diablo (de neus van de duivel). Het meest spectaculair aan deze treinreis is het feit dat de meeste passagiers op het dak van de trein meereizen. De trein rijdt eerst naar Alausi waar het nog meer passagiers oppikt en daarnaa begint het aan de steile afdaling langs de Nariz del Diablo naar Sibambe. Daarna keert te trein terug naar Alausi.

Vroeger was traject onderdeel van de Ferrocarril Transandino die van Guayaquil naar Quito liep. Men begon met de aanleg van dit traject in 1899 in Guayaquil en men kwam tot Sibambe. Daar werd men geconfronteerd met steile berghelling van hard gesteente. In 1902 maakte men de eerste afdaling van de Niaz del Diablo vanuit Alausi. In 1905 bereikte men met het traject Riobamba en later werd Quito aangedaan.




Door grote aardverschuivingen die veroorzaakt werden door El Niño in 1982-1983 en verdere beschadigingen door El Niño in 1997-1998 werd het gehele traject gesloten. Tot nu toe is alleen het traject tussen Riobamba en Simbambe gerepareerd en waarschijnlijk hebben ze dit alleen gedaan voor de toeristen die de rit door de mooie natuur op het dak van de trein mee willen maken.
Na een ongeluk is het een periode verboden geweest om op het dak mee te reizen, maar hier is men later weer op teruggekomen. De oude stoomlocomatief is inmiddels vervangen door een dieselloc.

Na het ontbijtbuffet in het hotel Tren Dorado is het minder dan een minuut lopen naar het treinstation. De kaartjes hebben we gisteren al geregeld.
Als we aankomen zitten er al toeristen op het dak van de trein. Onze rugzakken worden in de goederenwagons gelegd, we huren twee kussentjes voor US$ 1 per stuk en klimmen het dak van één van de goederenwagons op. Ook de vier Nederlandse hotelgenoten uit Baños zijn weer van de partij en we gaan naast ze zitten.

Het is nog vroeg (6.15 uur) en op een hoogte van 2.750 meter is het ondanks de vele lagen kleding behoorlijk fris. Ook nu begint het weer een beetje te miezeren.
De vele verkopers brengen hun goederen aan de man. De man die grote rode plastic zakken verkoopt doet goede zaken, evenals de verkopers die gebreide handschoenen en mutsen verkopen. Leo koopt nog vlug een extra kussentje; het ijzeren dak van de wagon is wel erg hard en koud. Rosalie koopt nog even een plastic zak voor het geval de regen gaat doorzetten.
Een panfluitspeler komt ons nog even klaar wakker spelen. Om 7.00 uur zitten alle daken van de trein vol toeristen. We vragen ons af waar ze allemaal vandaan komen. Tijdens de afgelopen week zijn we namelijk opvallend weining westerse toeristen tegengekomen. De machinist blaast zijn hoorn en de trein komt in beweging.




De treinreis voert door de bergen op een hoogte van circa 3.000 meter. Het smalle spoor loopt dwars door leuke dorpjes waar we vaak ook even stoppen.
Op de trein staan een medewerker die de machinist met handgebaren aangeeft wat de hij moet doen; temporiseren of het gas erop.
De wagons schijnen regelmatig uit de rails te lopen, maar gedurende onze rit gaat alles goed. Op de trein is het koud en nat. Iedereen zit dan ook diep weggedoken in regenkleding of onder het plastic. De locale bewolking op weg naar hun werk zullen wel denken: daar gaat weer zo'n trein met gekke toeristen.

We verlaten de stad Riobamba en rijden de natuur in. In het veld zijn veel Indianen aan het werk. Bijna iedereen zwaait naar de trein (of zouden ze terugzwaaien naar die gekke toeristen?).
De kleine kinderen krijgen pennen en snoepjes toegeworpen. Misschien staan ze daarom ook wel te zwaaien.

Na een uurtje stopt de trein onverwachts en springen enkele toeristen de trein af voor een sanitaire stop, waaronder één van de drie Belgische meisjes die naast ons zitten. Naast de trein staan toeristenbussen en een busje met een Aziatische filmploeg. Als de trein weer gaat rijden en de Belgische nog niet terug is, raken haar twee vriendinnen bijna in paniek. De vertwijfeling staat in hun ogen te lezen. Wat nu? Misschien kan ze door één van de busjes achterna gebracht worden. Enkele minuten na vertrek komt het vermiste meisje plotseling het dak op geklommen. Ze was nog net in de laatste zitwagon gesprongen en heeft de trein toch gehaald.



Het weer klaart op, het wordt droog maar het blijft nog steeds koud. Na 2,5 uur stopt de trein in Guamote. Volgens het bord ligt dit dorpje op 3.056 meter hoogte en op 270 km van Quito en op 181 km van A Duran.
De verkopers in kleurige indianenkleding proberen een graantje mee te pikken. Met name de dame bij het toilet heeft het erg druk, maar rijk wordt ze er niet van. Ze vangt US$ 0,05-0,15 afhankelijk van of je een stukje papier wilt.

De locale Indianen komen hier in hun prachtige kleding ook inkopen doen. Een mooie man, vergezeld door twee vrouwen, heeft een speciale broek aan gemaakt van schaapshuid met de wol er nog aan.

Hier stappen weer nieuwe toeristen op de trein. Deze toeristen zijn natuurlijk veel slimmer, want die hebben vanochtend kunnen uitslapen en hebben het eerste koude gedeelte van de reis niet meegemaakt.
Na vertrek wordt de rit mooier en mooier. De passen worden smaller, de afgronden dieper en de uitzichten wijdser. De trein kruist regelmatig de weg. Bij de meeste overgangen staan toeristenbussen te wachten en zwaaien de toeristen enthousiast naar ons.
Na circa 5 uur komen we - ruim 3 kwartier achter op schema - aan in Alausi. Het treintje rijdt door de smalle straatjes. Het is heel bizar om zo dicht langs de huizen te rijden. Ook hier wordt weer even gestopt en kan je behalve kleding ook gebakken bananen en ondefineerbaar eten kopen. Wij houden het wel bij onze kaakjes en chips.



Ook in Alausi komen er weer toeristen het dak op. De zitruimte wordt steeds beperkter en onze konten steeds gevoeliger. Eindelijk breekt de zon door de bewolking heen en is het gelijk lekker warm. De regen- en fleecejassen kunnen uit en de zonnebrand kan gesmeerd worden.
De rit wordt nu echt spectaculair. De afgronden zijn diep, de bochten scherp. Onder ons zien we het spoor zigzaggend door de bergen lopen.

Bij de beroemde Duivelsneus rijdt het treintje zowel voor- als achteruit de berg af. Ook hier staat de Aziatische filmploeg weer te filmen.
Beneden in Sibambe aangekomen rangeert de machinist de trein heen en weer waarbij de wagons van positie worden verwisselt. De zitwagon wordt weer achteraan gehangen en onze vrachtwagon wordt nu i.p.v. van de laatste de eerste in de rij. Dit is goed te merken als de machinist aan zijn toeter gaat hangen. Onze trommelvliezen scheuren bijna van het helse kabaal.

De trein rijdt de Duivelsneus weer zigzaggend op. De rit eindigt na 7,5 uur weer Alausi. We zijn gebroken, maar nog niet op de plaats van bestemming!


We kopen snel ergens een broodje want over 20 minuten vertrekt de bus naar Cuenca. We hebben nog een rit van 4,5 uur (!) te gaan waar we nu achteraf eigenlijk niet meer aan terug willen denken.

Gelukkig zitten we in Cuenca in het tot nog toe mooiste hotel van de reis en kunnen we om 9 uur ´s avonds nog iets te eten krijgen.
Het was een lange, prachtige treinreis waar we ondanks de kou in het begin met genoegen aan terugdenken. We hebben ons geen minuut verveeld.

bovenzijde pagina
fotoseries Ecuador
volgende verslag